Het CSA model is een manier om een tuinderij te bekostigen waarbij een vaste groep leden vóór het seizoen betaalt voor een plek in de tuin en daarna deelt in wat dat jaar geeft, in plaats van per keer af te rekenen voor wat ze meenemen. CSA staat voor community supported agriculture; in Nederland heet hetzelfde meestal zelfoogst of een pluktuin met leden.
Die definitie is snel opgeschreven en hij zegt nog niets over je week. Wat in de praktijk telt, is dat het model uit vier onderdelen bestaat die elkaar overeind houden.
Haal er één weg en je houdt geen eenvoudiger model over, maar een ander bedrijf. Daarom pakt een kleine aanpassing hier vaak groter uit dan bedoeld: ze raakt drie dingen die je niet van plan was aan te raken.
| Onderdeel | Wat het je oplevert | Wat ervoor in de plaats komt als je het weglaat |
|---|---|---|
| Het geld komt binnen voordat het werk begint | In februari weet je wat je jaar wordt | Een tuin die per bezoek verkoopt, waar elke week opnieuw de vraag is of er genoeg mensen komen |
| Een lid koopt een aandeel en geen hoeveelheid | Een magere week is het weer en niet jouw tekortkoming | Een leveringsplicht: er is vooruitbetaald en jij draagt het risico alleen |
| Het aantal plekken heeft een bovengrens | Je weet voor hoeveel monden je plant en wanneer je klaar bent met werven | Een open einde, waarbij je in juli merkt dat het te veel was en het dan al in de grond staat |
| De leden kennen de tuin en een deel werkt mee | Je extra handen en je nieuwe leden komen uit dezelfde groep | Een bezorgdienst met een lange betaaltermijn |
De onderste is de minst tastbare en hij draagt de andere drie. Niemand betaalt een heel seizoen vooruit aan een tuin die hij alleen van een folder kent.
Dat verklaart meteen waarom werven hier iets anders is dan adverteren. Het gaat om mensen dichtbij die over de grond gelopen hebben, en hoe je die vindt staat bij eropuit gaan om aan je leden te komen.
Bij de meeste bedrijven loopt het geld achter het werk aan. Bij dit model loopt het erop vooruit. Je leden zetten in het voorjaar een bedrag over voor een seizoen dat nog moet beginnen, en daarna betalen ze niets meer.
Dat draait je jaar om. De vraag of het gaat lukken is beantwoord voordat er iets rijp is, en de maanden waarin je het hardst werkt zijn de maanden waarin er niets meer te beslissen valt.
Er hangt één ding aan vast dat zich pas later meldt. Toegezegd is niet betaald, en wie openstaat komt ondertussen gewoon elke week oogsten. Wat een lid met dat bedrag koopt, staat bij vooruitbetalen en gedeeld risico. Hoe je het innen inricht bij mensen die je elke week op de tuin ziet, staat bij het geld innen bij je eigen leden.
Het tweede onderdeel is de zin waar de rest op rust. Een lid koopt het recht om een seizoen lang te oogsten wat er klaar is, en niet een afgesproken hoeveelheid per week.
Daar zit het gedeelde risico in, en het is de enige belofte die je in elk jaar kunt nakomen. Een hoeveelheid moet je in een nat voorjaar inlossen uit iets wat er niet is.
Het verschil ontstaat niet op de tuin maar bij de inschrijving. Twee leden die precies dezelfde magere week meemaken, kunnen die volstrekt verschillend opvatten, en dat hangt volledig af van wat er in februari is gezegd. Wat je vastlegt en wat je uitdrukkelijk openlaat, staat bij wat je een lid belooft en waar die belofte ophoudt.
Het derde onderdeel is de bovengrens. Er zijn zoveel plekken en meer worden het niet, dus je jaar ligt vast zodra de inschrijving dicht is.
Daarmee is een lege plek geen gemiste verkoop maar een heel seizoen dat niet meer terugkomt. Er volgt geen tweede ronde waarin je hem alsnog vult.
Groeien betekent bij dit model een volle tuin en geen grotere. Dat is niet minder ambitieus, het is een andere maat: je stuurt op de laatste vijf plekken in plaats van op meer plekken. Hoeveel plekken bij jouw tuin en jouw agenda passen, staat bij het aantal plekken en de maat van de tuin.
Uit de eerste drie onderdelen volgt de kalender, en die kalender bepaalt waar je avonden heen gaan. Er is één inschrijfronde per jaar, en die valt in de maanden dat het land je met rust laat.
Het gevolg voelt averechts. De rustigste maanden beslissen de uitkomst en de drukste bijna niets. Wie in maart nog niet weet of de tuin vol is, staat te werven terwijl het zaaiwerk begint, en doet allebei half.
Daarna verandert je werk aan de ledenkant van beslissen naar doorgeven. Dertig weken lang moet duidelijk zijn wat er rijp is en hoeveel er mee mag, want de tuin staat het grootste deel van de week open zonder dat jij erbij bent. Het hele jaar op een rij staat bij hoe het jaar van een pluktuin op abonnement loopt, en de oogstdag zelf bij wat een lid meeneemt als jij er niet bij staat.
Tot hier werkt elke CSA-tuin hetzelfde. Daarna gaan ze uiteen. Het lid oogst zelf of jij zet iets klaar, er is één maat plek of er zijn er twee, er wordt in één keer betaald of gespreid, en meehelpen mag of moet.
Die keuzes veranderen de kern niet en je week wel. Welke vorm bij welke tuin past, staat bij de varianten van het model naast elkaar.
Moet je het uitleggen aan iemand die het woord nog nooit gehoord heeft, dan heb je aan deze onderdelen niets. Dan gaat het over je eerste zin, en die staat bij uitleggen wat je doet aan iemand die het woord niet kent.
Wij bouwen software voor boerenbedrijven, en bij dit model zit het werk dat wij eraf willen halen bijna helemaal aan de ledenkant: de inschrijving, de lijst waarin staat wie betaald heeft, en het bericht van de week.
Wil je weten welk deel daarvan bij jou de meeste avonden kost, laat dan eens zien hoe het nu loopt. Je hoeft niets voor te bereiden en niets te kiezen: vertellen hoe je het doet is genoeg. De winter, vóór de inschrijfronde, is daar het rustigste moment voor.