Voor wie een CSA-tuin runt

CSA boerderij Nederland: wat iemand ziet die een tuin in de buurt zoekt

Geschreven door Brent van den Belt · · 5 minuten lezen

Een CSA boerderij in Nederland is een tuinderij waar een vast aantal leden vooruit betaalt voor een heel seizoen en daarvoor zelf komt oogsten. Wie die woorden intikt is bijna nooit een tuinder. Het is iemand die groente van dichtbij wil en wil weten of er zoiets bij hem in de buurt is.

Dat maakt deze zoekvraag voor jou een andere vraag dan hij lijkt. Niet wat een CSA boerderij is, maar wat die zoeker over jou vindt voordat hij bij jou uitkomt, en of wat hij vindt genoeg is om zich in te schrijven in plaats van weg te klikken. Wat er op je eigen site staat heb je in de hand. Dit gaat over alles daarbuiten.

Wat iemand over een CSA boerderij in Nederland wil weten voordat hij doorklikt

Hij kijkt niet naar jouw verhaal maar naar drie feiten, en hij kijkt er in deze volgorde naar.

Wat hij zoektWat er gebeurt als het er niet staat
Waar de tuin precies ligtHij rekent de afstand niet uit maar klikt door naar de volgende naam op de lijst
Of hij erbij kanHij weet niet of hij nu iets moet doen, en doet dus niets
Wanneer hij zich kan inschrijvenHij denkt dat hij te laat is, of hij vergeet het en komt niet terug

Alle drie zijn ze kort op te schrijven en alle drie ontbreken ze het vaakst. Een vermelding met alleen je naam, je plaatsnaam en een mooie foto beantwoordt er geen enkele van.

Plaatsnaam is niet genoeg, want hij rekent in fietsafstand

Bij een groentenabonnement komt iemand niet één keer maar dertig weken achter elkaar. Daarmee is afstand geen detail maar de eerste zeef: wie te ver weg woont valt af, hoe goed je verhaal ook is.

Zet daarom overal waar je genoemd staat het adres erbij en niet alleen de gemeente. Een dorpsnaam zegt een zoeker weinig als hij zelf net over de grens van de volgende gemeente woont, terwijl hij op tien minuten fietsen zit. Wie het adres ziet, kan het zelf uitrekenen. Wie alleen een plaatsnaam ziet, moet gokken, en gokken doet hij in jouw nadeel.

Hij zoekt zelden op het woord dat jij gebruikt

Hier gaat het bij veel tuinen mis zonder dat het opvalt. Jij noemt het misschien een CSA-tuinderij, terwijl de mensen die je zoekt intikken wat ze kennen: zelfoogsttuin, pluktuin, groentenabonnement, of gewoon groente van de boer in de buurt. Dezelfde tuin heeft in Nederland vier of vijf namen.

Zorg dus dat de woorden die zij gebruiken ook ergens over jou staan, en niet alleen het woord dat jij het mooist vindt. Dat kost je één zin in elke vermelding: wat het is, in de taal van iemand die het nog niet kent. Schrijf de afkorting de eerste keer voluit, want een deel van je toekomstige leden heeft nog nooit van CSA gehoord en herkent alleen community supported agriculture of zelfoogst.

Wat er buiten je site over je staat, is meestal ouder dan je site

Je eigen site houd je bij, want daar kijk je zelf op. Alles daarbuiten niet. Een oude vermelding op een lijst blijft staan met het telefoonnummer van vier jaar geleden, een openingsdag die je allang hebt verzet, of de mededeling dat de inschrijving gesloten is terwijl hij open staat.

Dat is niet alleen jammer maar actief schadelijk, want de zoeker weet niet dat het oud is. Hij leest dat het vol zit en gaat verder. Een tuin die vol lijkt te zitten, wordt niet gebeld.

Loop daarom één keer per jaar na waar je genoemd staat, en doe dat in het najaar. Zoek jezelf op zoals iemand anders dat zou doen: op je eigen naam, op je dorp plus zelfoogst, en op de woorden uit de vorige alinea. Wat je dan tegenkomt is precies wat een toekomstig lid tegenkomt. Op welke landelijke lijsten en kaarten je kunt staan en wat er nodig is om erop te komen, staat op de pagina over de netwerken en kaarten waar je tuin op kan staan.

Het moment waarop hij zoekt is niet het moment waarop jij inschrijft

Mensen gaan zoeken wanneer het bij hen opkomt, en dat is vaak in het voorjaar, als de zon schijnt en de plekken bij jou al vergeven zijn. Jouw inschrijfronde ligt maanden eerder.

Dat gat kun je niet dichtlopen, maar je kunt het wel opvangen. Zet overal waar je genoemd staat in welke maand de inschrijving opengaat, ook als het antwoord op dat moment "volgend jaar januari" is. Dan gaat iemand die in mei zoekt niet weg met de gedachte dat hij te laat is, maar met een maand in zijn hoofd. Zonder die zin is elke bezoeker die buiten je ronde langskomt verloren.

Voor een tuin die nog helemaal moet beginnen ligt dat anders: dan is er nog niets om te vinden en komt je eerste groep ergens anders vandaan. Hoe je daaraan komt, staat bij je eerste leden als er nog niets staat.

Wat je niet in de hand hebt, en wat wel

Je bepaalt niet in welke volgorde je op een kaart staat, wie er nog meer in jouw straal zit, en wat iemand ooit ergens over je heeft geschreven. Dat is ook niet waar het misgaat.

Waar het wel misgaat is bij de dingen die je wél bepaalt en die je nooit hebt ingevuld: het adres, de woorden waarin je het uitlegt, de maand van de inschrijving, en of wat er staat nog klopt. Vier dingen, één keer per jaar, in de winter.

Laat je seizoen eens zien

Wil je weten wat er bij jou tussen het zoeken en het inschrijven verdwijnt, laat dan eens zien hoe je jaar loopt. Hoe de inschrijving gaat, hoe je bijhoudt wie er zijn en hoe het weekbericht eruitgaat. Je hoeft niets voor te bereiden en niets te kiezen: vertellen hoe je het nu doet is genoeg. De winter, vlak voor de inschrijfronde, is daar het rustigste moment voor.